Capisco!

Veel begrijpen doet veel vergeven.

Ik begrijp het.          Ik begrijp het niet.

Ich verstehe.          Ich verstehe nicht.

I understand.          I don’t understand.

Je comprends.         Je ne comprends pas.

Comprendo.          No comprendo.

Capisco.                     Non capisco.

 

Wer? Was? Wo? Warum?

Een beetje journalist komt een heel eind met:

Wie?   Wat?   Waar?   Waarom?

Wer?    Was?    Wo?    Warum?

Who?     What?     Where?     Why?

Qui?      Quoi?      Où?      Pourquoi?

¿Quién?         ¿Qué?          ¿Dónde?          ¿Porque?          (Spanjaarden starten een vraagzin met een omgekeerd vraagteken.)

Chi?          Che cosa?          Dove?          Perchè?

Om plezierig Spaans te luisteren, gebruik de ondertiteling.

Ganz gut, danke schön. Und Ihnen?

Het is altijd nuttig wat clichées bij de hand te hebben.

Is ‘danke schön’ niet prachtig uitgedrukt?

Op de vraag: ‘Hoe gaat het met u?’ kunnen we antwoorden met:

Heel goed, dank u. En u?

Ganz gut, danke schön. Und Ihnen?

Very well, thank you. And you?

Très bien, merci. Et vous?

Muy bien, gracias. ¿Y usted?

Molto bene, grazie. E lei?

 

How are you?

Als je zo nu en dan ‘Hoe gaat het met u?’ zegt wordt dat in het algemeen als aangenaam  ervaren.

Zeg het eens in een andere taal:

Hoe gaat het met u?    (Nederlands)

Wie geht es Ihnen?     (Duits)

How are you?    (Engels)

Comment allez-vous?    (Frans)

¿Cómo está usted?    (Spaans)

Come sta?    (Italiaans)

Ciao!

Ciao gebruiken de Italianen bij een beginbegroeting en als eindbegroeting.

Knap handig dus.

De Nederlanders zeggen ‘hallo‘,  de Duitsershallo‘,  de Engelsenhello‘,  de Fransensalut‘  en de Spanjaardenhola‘,  allemaal bij een beginbegroeting.

Het is maar dat we het weten.